De krijgsmacht blijft een mannenwereld

defensie

Weg met de machocultuur binnen de krijgsmacht, was jarenlang het devies bij defensie. Voor de vrouwelijke militair lijkt er weinig veranderd. ‘Je gaat als vrouw op in de mannenmeerderheid, of je zegt vaarwel tegen je carrière.’

Onrust op de werkvloer. Daar zou de aanwezigheid van Larissa Bieringa (20) binnen het Korps Commandotroepen voor zorgen. Bieringa ontving haar startbewijs voor de selectietraining van de elite-eenheid eind september. Niet veel later kreeg ze te horen dat ze die weer mocht inleveren. Reden: haar geslacht. Op vrouwen zaten de commando’s niet te wachten. Ze zouden de loodzware trainingen niet aankunnen. Bovendien verstoren vrouwen de groepsdynamiek, aldus advocaat Michael Ruperti, gespecialiseerd in militaire zaken.

Vreemd, vond Bieringa. Ze had de toelatingseisen bestudeerd. Vrouwen konden zich (in tegenstelling tot bij het Korps Mariniers en de Onderzeedienst) wel degelijk aanmelden bij het Korps Commandotroepen. Ze belde het KCT voor opheldering en schakelde intussen de media in. Het ministerie van defensie tikte het elitekorps op de vingers. Het was een foutje, legde het KCT hierop uit aan Bieringa. Ze mocht tóch meedoen aan de selectietraining. Bieringa bedankte. Ze besloot voorlopig af te zien van een carrière bij de commando’s. De negatieve reacties op haar krijgsmachtambitie hadden voor een bittere nasmaak gezorgd. Wat moest Bieringa als vrouw überhaupt in het leger, was een veelgehoorde opmerking.

Bedrijfscultuur
Hoewel de krijgsmacht is opengesteld voor vrouwen, zijn ze nog altijd in de minderheid binnen de operationele eenheden. Zowel Haagse beleidsmakers als defensie zelf hebben aandacht besteed aan de positie van vrouwelijke militairen. Niet alleen moest de bedrijfscultuur vrouwvriendelijker, ook de toestroom van vrouwen tot de krijgsmacht moest worden vergroot.

Voormalig staatssecretaris van defensie Cees van der Knaap deed in 2004 een optimistische belofte: van de tien militairen die defensie in de toekomst zou aannemen, moesten er drie vrouw zijn. Angelien Eijsink, PvdA-Kamerlid en defensiewoordvoerder, deelde zijn enthousiasme toen. Nu zegt zij zelfs niet te rusten voordat het personeelsbestand een fifty-fiftyverdeling laat zien. “De helft van de mensheid bestaat uit vrouwen. Dat wil ik daar terugzien op de werkvloer. Het defensiepersoneelsbestand moet een afspiegeling zijn van de maatschappij”, zegt Eijsink.

Van dit gewenste aantal vrouwelijke defensiewerknemers is nog lang geen sprake. De cijfers van de afgelopen zeven jaar tonen een stabiel beeld: ongeveer tien procent van de werknemers is vrouw.

Sinds de jaren negentig heeft defensie wel geprobeerd de vrouwelijke militairen tegemoet te komen. Zo bestaat de mogelijkheid tot deeltijd werken, is op veel kazernes kinderopvang aanwezig, en zijn de trainingseisen voor vrouwen versoepeld. Daarnaast heeft defensie de bedrijfscultuur onder de loep genomen. Het belang van een gemengd personeelsbestand werd benadrukt met emancipatieprojecten als ‘Genderforce’. Aan het niet altijd even vrouwvriendelijke klimaat moest wat gebeuren, vonden de beleidsmakers. Eijsink: “Thuis zijn die stoere militairen schatjes, maar op de defensiewerkvloer niet altijd. Dat willen we doorbreken.” Ze ontwikkelde in 2005 met de militaire vakbond AFMP ‘Actieplan Vrouwen en Defensie’ – een van de vele initiatieven.

Machocultuur
Tussen 2004 en 2012 stond ‘genderbewustwording’ centraal binnen defensie. Er werden trainingen gegeven en presentaties gehouden rondom dit thema. Weg met die machocultuur binnen de krijgsmacht. Vorig jaar is het emancipatiebeleid van defensie opgegaan in het ‘Diversiteitsbeleid’, waarin ook de omgang met homoseksuele en allochtone militairen is opgenomen. Man-vrouwverhoudingen vormen geen apart beleidspunt meer. Terecht, of blijft de minderheidspositie van vrouwelijke militairen extra aandacht verdienen?

Volgens landmachtkorporaal Rick Scholman (27) is het simpel: je gaat als vrouw op in de mannenmeerderheid, of je zegt vaarwel tegen je defensiecarrière, zegt hij. “De mannen stellen de norm.”

En dat betekent dat vrouwen eenmaal in dienst een transformatie ondergaan. Wes Bouwman, onderofficier bij de marine-opleiding: “De meeste meiden kopiëren het gedrag van hun mannelijke collega’s. Gaan ze ineens schelden, of meedoen met de seksgrappen – terwijl ze dat in het begin niet deden.” Elleke Overbeke, die veertien jaar als vertrouwenspersoon bij de Landmacht werkte: “Vrouwelijke militairen bij defensie móeten zich aanpassen aan de mannelijke meerderheid. Wie dat niet doet, redt het niet.”

Versoepelde eisen
Daarbij komt: op de weinige vrouwen wordt extra gelet waardoor ze een hogere prestatiedruk ervaren. Veelgehoord moment waarop alle ogen op hen gericht zijn: de sporttesten. Op sommige onderdelen gelden voor de vrouwelijke militairen versoepelde eisen. Die worden door henzelf echter genegeerd. Wie zich niet houdt aan bijvoorbeeld het standaard aantal sit- en pushups, wordt als slap gezien. Matroos Miloe Bos (25): “Bij de sportkeuring roepen ze soms: ‘Jullie zijn het zwakkere geslacht! Voor jullie worden de eisen bijgesteld.’ Irritant.”

Scholman vraag zich af hoe zinvol de eisenversoepeling nu eigenlijk is. “Ik denk dat vrouwen het hierdoor juist moeilijker hebben. De mannen ergeren zich er namelijk aan. Het versterkt hun buitenstaanderpositie.”

Het is niet alleen het aantal sit- en pushups waarvoor aangepaste eisen gelden. Een 23-jarige studente aan de Koninklijke Militaire Academie (die anoniem wil blijven): “Er zijn sportonderdelen die schadelijk zijn voor de baarmoeder. In mijn groep wordt daar lacherig over gedaan.” Daarom doet ze gewoon mee met de rest, zegt ze. “Het is een onderdeel in de hindernistraining waarbij je over schuin aflopende balken moet rennen. Kun je een baarmoederverzakking van krijgen. Maar goed, ik ga niet aan de kant zitten.”

Ook pelotonscommandant Bernice den Bak (26) maakt geen gebruik van de aangepaste eisen. Nooit gedaan. Tijdens haar opleidingsperiode bij de KMA liep ze wel wat blessures op. “De jongens waren sterker, maar ik moest van mezelf meedoen met alle activiteiten.” In haar huidige functie als leidinggevende traint ze ook altijd mee met de mannen. “De oefening op de touwbaan is slecht voor de onderbuik, maar die doe ik wel gewoon.”

Seksuele intimidatie
Begin oktober werd bekend dat zich op marinefregat Zr. Ms. Van Speijk een ‘seks-incident’ had voorgedaan. Een vrouwelijke opvarende zou seks hebben gehad met vier mannen. Of sprake was van verkrachting, wordt momenteel onderzocht.

Dit is het meest recente voorval uit een reeks incidenten. De bekendste stamt uit 2006. Een vrouwelijke matroos liet dat jaar aan AFMP-vakblad Oplinie weten dat ze aan boord van het marineschip Tjerk Hiddes was aangerand. Ze meldde ook dat vrijwel alle vrouwelijke collega’s last hadden van seksuele intimidatie. De mannen maakten continu seksueel getinte opmerkingen, maar drongen ook hun slaapvertrekken binnen waar ze de vrouwelijke matrozen betastten.

Na deze openbaarmakingen werd de commissie-Staal ingesteld. Die deed onderzoek naar ongewenst seksueel gedrag binnen defensie. De commissie onderzocht hoe vaak seksuele intimidatie voorkwam en stelde in 2007 een gedragscode op. Regel nummer vier: ‘Ik ben integer en behandel iedereen met respect. Ik accepteer geen ongewenst gedrag zoals discriminatie, (seksuele) intimidatie en pesten (…).’

Het vijftal regels waaruit de code bestaat zorgt vooral voor hoongelach. “Leuk op papier maar in de praktijk stelt het niets voor”, zegt Mary van de Laak, die vierendertig jaar als onderofficier in dienst was bij de Marine, waarvan twintig jaar als vertrouwenspersoon. “Seksueel getinte grappen, starende blikken, een tik op de billen: het hoort erbij.” Den Bak over de gedragscode: “We lachen erom. Als iemand uit het peloton een foute opmerking maakt, roepen we: ‘O! Een commissie Staaltje!’”

‘Grapjes’
Volgens Overbeke wordt binnen defensie anders met elkaar omgegaan dan binnen de burgermaatschappij. “Je moet als vrouw tegen opmerkingen over je uiterlijk kunnen. Anders heb je er geen leven.”

Daar is kwartiermeester bij de Marine Chantal (32, wil niet met achternaam genoemd worden) het mee eens. “‘Lekker wijf’, roepen ze vaak naar me. Ik ben er nu wel aan gewend.” Matroos Sabrine Tromp (27): “Dat zijn allemaal grapjes. Als je het écht erg vindt, moet je er wat van zeggen.”

Twee jaar geleden ging een 24-jarige soldate (die anoniem wil blijven) met de Landmacht op oefening naar Duitsland. Op de laatste avond werd gefeest. Toen ze naar bed ging, volgde een van haar collega’s haar. “Hij kwam mijn tent binnen en zoende me. Hij ging steeds verder – betastte mijn borsten, onder meer. Ik was te dronken om te protesteren, wist niet wat ik moest doen. Uiteindelijk ging hij weg.”

Deze soldate is niet de enige die zoiets meemaakte tijdens haar dienstperiode. Uit onderzoek van het ministerie van defensie uit 2010 – vier jaar na oprichting van de commissie-Staal – blijkt dat bijna vijftig procent van de vrouwen wel eens slachtoffer is geweest van ongewenst seksueel gedrag.

Overplaatsing
De soldate wilde na het voorval niet meer samenwerken met de desbetreffende collega. “Misschien verbeeldde ik het me, maar ik dacht dat iedereen over me roddelde.” Ze deed geen aangifte, wilde zich niet buiten de groep plaatsen. “Het zou zijn woord tegen het mijne zijn.” Ze vroeg wel een overplaatsing aan.

Herkenbaar, zegt Overbeke. “De drempel is hoog. Zeker als je de enige vrouw in de groep bent. Je moet met de mannen blijven samenwerken en wilt de sfeer niet verpesten”. Uit angst hun baan te verliezen of als verrader te worden gezien, doen de meesten geen aangifte. De vrouwen die bij Overbeke aanklopten voor hulp na een verkrachting hadden daar vaak lang mee gewacht. Te lang. Tegen de tijd dat ze de stap hadden gezet, waren er geen sporen meer of was het lastig nog getuigen te vinden.

De meest recente cijfers van defensie uit 2011 laten zien dat – dat jaar – slechts 45 keer melding is gedaan van ‘ongewenste omgangsvormen’. Het daadwerkelijke aantal ligt volgens de geïnterviewden veel hoger.

“Aanranding of verkrachting komt bij de Marine niet snel naar buiten. De dader houdt zijn mond, en veel vrouwen schamen zich. Iedereen zal zich afvragen: is het wel echt tegen haar zin gebeurd?”, zegt matroos Chantal.

Diversiteitsmaatregelen
Anne Lay (voorzitter Defensie Vrouwen Netwerk) over de meldingsproblematiek: “Zeker vrouwen binnen een lagere rang – soldates bijvoorbeeld – doen geen aangifte. Ze doen hun mond niet open. Ze weten: de dader blijft waarschijnlijk gewoon op zijn plek zitten, en het slachtoffer moet op zoek naar een andere baan.”

Hoewel defensie inmiddels afscheid heeft genomen van de emancipatie-actieplannen en de streefcijfers voor het aantal vrouwen binnen de organisatie, belooft minister Jeanine Hennis-Plasschaert in een Kamerbrief de ‘Diversiteitsmaatregelen’ te blijven handhaven.

Daar moeten de geïnterviewden smakelijk om lachen. Scholman denkt niet dat regels en maatregelen de defensiemannenwereld zullen veranderen. “Vrouwen zijn heus welkom, zolang ze weten waar ze aan beginnen.” Ook Overbeke is niet al te optimistisch. “Je kunt 86 regels op papier zetten; uiteindelijk kent defensie zoveel ingesleten normen en waarden. Met beleid verander je geen omgangsvormen.”

Voor dit artikel sprak Trouw met zestig mannelijke en vrouwelijke militairen, vertrouwenspersonen en docenten binnen de Marine, Luchtmacht, Landmacht en Marechaussee. Defensie laat weten zich niet in dit beeld van vrouwen binnen de krijgsmacht te herkennen.

Dit is een artikel gepubliceerd in Trouw op 10 december 2013, geproduceerd door Bart Audenaert, Bo van Houwelingen en Caroline van Keeken. Ook de portretten zijn van eigen hand.